Eigen-wijs
nr 2 - september 2007
Onderzoek QLIM voor kinderen met kanker
Beter worden en beter voelen
door te bewegen
Kinderen met kanker hebben op late leeftijd vaak nog allerlei klachten. Quality of Life In Motion (QLIM) onderzoekt of de klachten al op jonge leeftijd met actieve beweging en psychosociale training te verminderen zijn. ‘Sterker worden in hoofd en lichaam tijdens en aan het einde van een behandeling’.

Katja Braam
Kinderen die kanker hebben overleefd zijn vaak blijvend moe, hebben vaak botontkalking, problemen met overgewicht en een verminderde conditie. Daarnaast hebben ze regelmatig psychologische klachten zoals angst, stemmingsproblemen en een laag zelfbeeld. In het dagelijks leven hebben ze daardoor moeite om mee te doen met andere kinderen. Het promotieonderzoek QLIM van wetenschappelijk onderzoeker Katja Braam onderzoekt of de restverschijnselen van een behandeling, de late effecten, bestreden kunnen worden met actief bewegen en psychosociale trainingen. “We zien dat kinderen met kanker weinig aan beweging doen. Ze blijven lang in de rol van het zieke kind en krijgen niet de kans om gewoon kind te zijn.” Het onderzoek wordt ondersteund door VUmc Onderzoek Naar Kinderkanker (VONK).
Omdat het aantal kinderen dat geneest van kanker de laatste jaren enorm is toegenomen, wordt er meer naar de late effecten van een behandeling gekeken. “Medici zoeken steeds meer naar een betere therapie met minder bijwerkingen. Met QLIM willen we ook kijken naar het stimuleren van beweging en psychische ondersteuning voor herstel. Na een behandeling van kanker, kun je niet zeggen dat een kind per definitie beter is. Soms heeft de ziekte of de behandeling schade aangericht. Deze schade noemen we late effecten. We proberen steeds gerichter te behandelen zodat zoveel mogelijk van die late effecten voorkomen kunnen worden. Met dit onderzoek hopen we daar ook aan bij te dragen. Een extra motivatie is het gegeven dat een vergelijkbaar programma met de naam Herstel & Balans voor volwassen laat zien dat de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven van volwassen patiënten vooruitgaat als zij meer aan beweging doen. Dit programma wordt inmiddels door ziektekostenverzekeraars vergoed.”
Sportcentrum
Op dit moment is er echter bij de doelgroep kinderen nog geen onderzoek gedaan dat zich zowel op de psychische als de lichamelijke conditie richt. Als de medisch ethische commissie goedkeuring geeft, wil Braam rond het einde van het jaar met het onderzoek van start gaan. “Het ligt in de planning om de deelnemers vijf jaar later nog een keer te benaderen om te kijken hoe het met de voortgang gaat.” Zestig patiënten van VUmc en het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht doen mee aan het onderzoek. “Gedurende twaalf weken gaan de deelnemers ondermeer twee keer per week naar een sportcentrum. We gaan allerlei sportactiviteiten doen op een manier die aansluit bij de leeftijd zoals fietsen en balspelen, zolang het maar leuk is!” De kinderen doen ook thuis twee keer per week verschillende sportoefeningen. Daarnaast brengen ze èèn keer in de twee weken een bezoek aan een psycholoog om psychisch ondersteund te worden bij het verwerken van de ziekte. “Hoe ga je bijvoorbeeld om met een vraag van vriendjes waarom je een kaal hoofd hebt. Het programma richt zich op sterker worden in zowel het hoofd als het lichaam. We willen dat de kinderen naast beter worden, zich ook beter gaan voelen.“
|