  |
Vu start kinderniercentrumHet voorkomen van dialyse-patiënten
-door Mariet Buddingh-
In het jaarplan van
het VU medisch centrum staat het genoemd als een van de nieuwe
activiteiten van dit jaar: de opzet van een
kinderniercentrum. Het zou om het vierde centrum gaan in
Nederland, naast het Sophia Kinderziekenhuis in
Rotterdam, het Academisch Ziekenhuis Nijmegen en het
Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht. Aan de vooravond
van de officiële toezegging een gesprek met de drijvende
krachten hierachter, dr. Ans van Wijk, kindernefrologe en
drs. Joop van der Hoek, kinderuroloog.
Patiëntjes met nier- of
urinewegproblemen komen in het VU medisch centrum onder
behandeling van een kindernefroloog en -uroloog. In
totaal hebben ze zo'n duizend patiëntjes onder
behandeling. Vaak gaat het om kinderen met een aangeboren
afwijking die tijdens de zwangerschap wordt ontdekt. Soms
wordt de afwijking gevonden naar aanleiding van
bijvoorbeeld urineweginfecties of hoge bloeddruk. Het kan
echter ook om een nierbeschadiging door een ongeval gaan.
De behandeling van de kindernierspecialisten is er vooral
op gericht te voorkomen dat de kinderen chronische
nierpatiënten worden.
Kwetsbaar
De kindernefroloog (kindergeneeskunde) en de
kinderuroloog (urologie) werken nauw samen eens in de
week hebben ze samen polikliniek, maar het is ook een
kwetsbare samenwerking volgens kindernefroloog Ans van
Wijk: "De scheiding tussen de specialismen
nefrologie en urologie is eigenlijk een kunstmatige, veel
van onze patintjes vallen onder beide specialismen en
worden dus zowel door mij als Joop van der Hoek,
kinderuroloog, gezien. We werken vanaf 1992 zo samen;
formeel bestaat er echter nog geen functionele
samenwerking. Het is kwetsbaar omdat het op twee personen
draait. Wanneer één van ons op vakantie is er eigenlijk
al geen sprake meer van een centrum. Bovendien is het
niet praktisch dat we op twee verschillende poliklinieken
werken. Met een kinderniercentrum bevestigen we het
multidisciplinaire karakter van ons werk en komt er
uitbreiding van personeel, materieel en budget.
Uiteindelijk willen we graag een vast team hebben dat een
gespecialiseerde, functionele werkeenheid is waarbij
naast artsen en verpleegkundigen ook bijvoorbeeld een
vaste ditist, radioloog, administratief medewerkers,
werkt."
Het kinderniercentrum is niet alleen een zaak van het VU medisch centrum. Van der Hoek: "Wat wij bieden is
topreferente zorg. Bij topreferente zorg gaat het om zorg
waarvoor patinten speciaal naar het VU medisch centrum worden
verwezen, omdat er veel kennis en ervaring op dat gebied
in huis is. Voor deze zorg is zulke specifieke kennis en
gespecialiseerde apparatuur nodig, dat deze alleen in
academische ziekenhuizen wordt geboden. Topreferente zorg
wordt extern gefinancierd, dit betekent dat er ook
onderhandeld is met de zorgverzekeraars en met de
Vereniging Academische Ziekenhuizen. Met hen zijn
concrete afspraken gemaakt, zoals hoeveel patiënten we
mogen behandelen, hoeveel operaties er per jaar gedaan
mogen worden."
Groei
Volgens beiden is in de regio behoefte aan een
gespecialiseerd centrum op het gebied van nier- en
urinewegaandoeningen. Van der Hoek: "De statistieken
wijzen uit dat de vraag alleen nog maar zal groeien. De
andere drie centra in het land en wijzelf constateren
ieder jaar weer een groei in het aantal patiënten."
Het VU medisch centrum vormt vaak een eindstation voor
kinderen uit de regio Amsterdam en omstreken. De
patiëntjes worden vooral verwezen vanuit de tweede en
derde lijn. Ans van Wijk: "Van de patiënten die ik
voor de eerste keer zie, is misschien slechts 5 procent
verwezen door de huisarts. Alle andere kinderen zijn
eerst onder behandeling geweest van bijvoorbeeld een
kinderarts in een algemeen ziekenhuis. Wij moeten een
strenge selectie maken in welke patiënten we 'aannemen'.
Dat is één van de consequenties van de stijging van het
aantal patiënten. Daarnaast loopt de wachtlijst op; dit
geldt voornamelijk voor de operaties die Van der Hoek
doet."
Deze stijging heeft meerdere oorzaken; veel mensen
raadplegen graag onmiddellijk een specialist. Ook zijn de
richtlijnen voor behandeling strakker waardoor steeds
vaker direct een specialist moet worden geraadpleegt.
Nadeel hiervan is dat de kennis in de eerste en tweede
lijn afneemt. De kindernierspecialisten bezoeken ook
daarom andere ziekenhuizen als consulent. Van der Hoek:
"Het risico van het moeten weigeren van patinten is
dat ze onder behandeling komen van een kinderarts die
niet gespecialiseerd is in nier- en urinewegaandoeningen.
Wij proberen dit risico te beperken andere ziekenhuizen
te bezoeken. We bespreken dan een hele middag alle
patiëntjes die zich aandienen bij die kinderarts. Er
zijn dan kinderen bij wie je op papier ziet dat het nodig
is dat ze onder specialistische behandeling komen. Dit
consulentschap kost veel tijd, maar is belangrijk vanwege
de preventieve functie. Juist bij nier- en
urinewegaandoeningen kan veel schade voorkomen worden
door op tijd te handelen. Het gebeurt wel eens dat wij
een kind onder behandeling krijgen waarvan ik denk dat
als ik die een paar jaar eerder had gezien, we nog een
hoop hadden kunnen redden." 
Preventie
Een van de zwaartepunten binnen het werk en de visie van
Van Wijk en Van der Hoek is dan ook preventie. Het
uiteindelijke doel is minder mensen aan de chronische
nierfunctievervanging, de dialyse, te krijgen en minder
transplantaties nodig te maken. Een kind dat uiteindelijk
toch dialyse-patiënt wordt, zal in het dialyse-centrum
voor kinderen in het AMC behandeld worden. Volgens Van
Wijk is het niet de bedoeling dat in het VU medisch centrum ook zo'n dialyse-centrum komt: "Wij streven naar het
voorkomen van chronisch dialyseren. Ik kan me één
patiënt herinneren in de afgelopen jaren voor wie
dialyseren de enige oplossing was. We proberen zo vroeg
mogelijk aangeboren nierafwijkingen op te sporen. Vroeger
was er vooral aandacht voor het bestrijden van de
symptomen. Nu zijn we ook bezig met de oorzaak van de
klachten te achterhalen. Dit vergt veel onderzoek maar
biedt uiteindelijk een structurele oplossing. Hoe vroeger
een afwijking aan het licht komt, hoe eerder we kunnen
beginnen met behandeling en we dus kunnen proberen erger
te voorkomen."
Binnen de preventie hoort ook het bevorderen van een
goede verwijzing door de huisartsen en de kinderartsen.
Van der Hoek: "Zo is er een verschil in verwijzing
tussen jongetjes en meisjes. Jongetjes met een
urineweginfectie worden altijd direct doorverwezen naar
een specialist. Helaas denken veel artsen nog dat kleine
meisjes best eens een urineweginfectie mogen hebben, pas
na twee of drie keer wordt zo'n meisje dan doorverwezen.
Op latere leeftijd blijkt vaak dat in deze vroegere
infecties de bron ligt voor problemen die misschien
voorkomen hadden kunnen worden. Dit zijn misverstanden
waar wij tegen proberen te vechten, onder andere door het
consulentschap."
Zweeds
model
Het ideaal dat de kindernierspecialisten voor
ogen staat, is het 'Zweedse model', een voorbeeld
van een preventief project dat op de lange duur
veel geld bespaart. Van Wijk: "In Zweden
kennen ze het systeem van huisartsen niet, men
wendt zich onmiddellijk tot de eerste hulp. In
1960 is men daar begonnen om alle kinderen die
met koorts bij de eerste hulp kwamen, een
urinekweek af te nemen. Door deze urinekweek
spoorde men snel aangeboren nierafwijkingen en
infecties op. De vroege ontdekking van
afwijkingen, en het controleren van zo'n grote
groep kinderen, heeft ertoe geleid dat de
dialysepopulatie onder de nierpatinten in Zweden
is afgenomen van 20
25 % voor 1960 tot 6 %
vanaf 1985. Dit is hét voorbeeld van wat met
vroege detectie voorkomen kan worden."
Volgens Van der Hoek is het toch moeilijk het nut
van preventie aan te tonen. "Resultaten zijn
moeilijk meetbaar en bovendien niet zo
aanwijsbaar. Een soortgelijk project in Nederland
van de grond tillen is ons ideaal, maar dat kan
niet door ons alleen. Wij willen een
'agressiever' beleid voeren bij het opsporen van
nierafwijkingen en de oorsprong van
urineweginfecties. Doordat er meer kinderen
onderzocht moeten worden is dit aanvankelijk
duur, op de lange termijn is de winst echter
aanzienlijk. " |
|