Pathologie voort recordaantal
obducties uitEen wonderlijke vorm van
kwaliteitscontrole
-door Jeroen Timmerman-
In 1996 is in het
VU medisch centrum het recordaantal van vierhonderdzeven
obducties gedaan. Misschien een wat wonderlijke mijlpaal
om bij stil te staan, maar vanuit medisch oogpunt is het
een gunstige ontwikkeling. Een obductie is een
belangrijke manier om informatie te verzamelen over de
aard en uitbreiding van een ziekte waaraan een patiënt
is overleden.
"Voor buitenstaanders
klinkt het vaak wat vreemd, maar wij zijn blij met veel
obducties. Het komt de kwaliteit van het medisch werk ten
goede", zegt patholoog prof. dr. Paul van der Valk.
"Een obductie is niet alleen nodig om de precieze
doodsoorzaak vast te stellen. Het is een belangrijke
techniek om de effectiviteit van behandelingen te
controleren."
Hoewel obducties in medische kringen al eeuwen gemeengoed
zijn, hoor je er weinig over. Het is een facet van de
geneeskunde waar de meesten maar liever aan voorbijgaan.
Dat geldt zelfs voor sommige artsen.
Vierhonderdzeven obducties is weliswaar gunstig, maar dat
wil niet zeggen dat pathologen dan juichend door de
gangen hossen. Van der Valk: "In onze cultuur laten
we overledenen het liefst met rust. De patiënt heeft al
genoeg geleden, nu verder geen onderzoek meer. Aan een
kant ben ik het daar roerend mee eens en doe ik ze liever
niet. Maar om rationele, medische redenen moeten ze
gebeuren. Het is een vorm van kwaliteitscontrole." 
Onderzoek
Bij een obductie wordt het lichaam van de overledene
geopend, organen worden uitgenomen en gewogen, en er
wordt van elk orgaan een stukje afgenomen voor
microscopisch onderzoek. Naar aanleiding van het klinisch
beloop van de ziekte en de bevindingen van de patholoog
bij obductie wordt de doodsoorzaak vastgesteld. Ook de
ernst en uitbreiding van de ziekte kan gedetailleerd in
kaart worden gebracht. Het merendeel van de geobduceerde
patiënten is afkomstig uit het ziekenhuis. In enkele
gevallen vraagt een huisarts een obductie bij het VU medisch centrum aan. Vaak gaat het dan om jonge patiënten die
onverwacht overlijden. Van alle patiënten die in het
ziekenhuis overlijden, is in 1996 39 procent geobduceerd.
In het ziekenhuis vraagt de behandelend arts aan de
familie of er obductie verricht mag worden. In de meeste
gevallen is het stellen van de vraag voor artsen niet
eenvoudig. Van der Valk: "Je kunt het vergelijken
met orgaandonatie. Zoiets vraagt een arts natuurlijk per
definitie op een lastig moment, als de patiënt net is
overleden. Maar dat wil niet zeggen dat het altijd
moeilijk is. Als er veel onduidelijkheden zijn, vraagt
soms de familie zelf om een obductie."
Bij ongeveer vijftien procent van alle obducties komt er
een onverwachte, klinisch belangrijke bevinding aan het
licht. Van der Valk: "Dat percentage is al sinds de
jaren dertig hetzelfde. Dat wil overigens niet zeggen dat
de medische wetenschap niet vooruit is gegaan. De aard
van de aandoeningen waarmee mensen in het ziekenhuis
liggen is veel complexer. Vroeger overleden patiënten
veel meer aan infectieziekten, zoals longontsteking en
tuberculose. De gemiddelde leeftijd lag veel lager.
Tegenwoordig liggen in ziekenhuizen veel meer oudere
mensen, met kanker en hart- en vaatziekten. Die
aandoeningen zijn nu vaak veel minder en later fataal dan
vroeger. Daar ligt de winst van de medische
ontwikkeling."
Toeval
Toevalsbevindingen bij een obductie zijn om meer dan een
reden eigenlijk niet helemaal toevallig. Veel van de
diagnostiek bij patiënten vindt gericht plaats om één
orgaan(functie) te beoordelen, terwijl bij een obductie
een patiënt van top tot teen wordt 'nagekeken'. Het
onderzoek bij een obductie is dus veel uitgebreider.
Daarbij komt dat ook de modernste techniek zijn
beperkingen heeft. Van der Valk: "Hoe geavanceerd
ook, je kunt niet alles zeker weten met behulp van scans
en laboratoriumtechnieken. Uitzaaiingen van een tumor die
kleiner zijn dan ongeveer een centimeter zijn ook met de
modernste scans niet te zien. We hebben regelmatig
kankerpatiënten gezien bij wie op scans geen afwijkingen
te zien waren en die achteraf vol met kleine
tumoruitzaaiingen bleken te zitten. Om precies te weten
hoe het zit, ben je dus aangewezen op obducties. We
krijgen wel eens te horen dat die informatie per
definitie te laat komt. Dat is natuurlijk wel zo voor de
patiënt bij wie we obductie doen. Maar de informatie die
wij erdoor verkrijgen, komt later andere patiënten ten
goede. Hoe effectief is een nieuw chemotherapeuticum nu
echt, of een nieuwe chirurgische techniek? Alleen een
obductie kan daar een exact antwoord op geven. Wij hebben
achteraf ook altijd gemakkelijk praten. Je moet dus nooit
hoog van de toren blazen als bij een obductie een keer
blijkt dat er iets bij de behandeling is misgegaan."

Positief
Gezien het tijdloze belang van obducties voor de medische
praktijk wordt er al in de studie geneeskunde aandacht
aan besteed. Studenten die voor het eerst een obductie
bijwonen, worden terdege voorbereid. De afdeling
pathologie heeft hiervoor samen met de afdeling medische
psychologie een speciaal introductieprogramma ontwikkeld.
Eerst legt een patholoog uit wat het medisch doel van
obducties is. Vervolgens wordt aan de hand van dia's de
procedure getoond. In de week na deze uitgebreide
inleiding kijken de studenten met een obductie mee. Van
der Valk: "Het is goed om studenten op deze manier
voor te bereiden. Ze begrijpen daarna ook allemaal heel
goed wat de bedoeling en het nut ervan is. Bij de
nabespreking is vrijwel iedereen er dan ook positief
over."
Van der Valk hoopt dat het
aantal obducties de komende jaren zo hoog zal blijven.
"Nu wordt zo'n veertig procent van de overledenen
uit dit ziekenhuis geobduceerd. Je moet naar zo'n hoog
mogelijk percentage blijven streven, zeker als academisch
ziekenhuis."
|