OnderwijsKatern 3-2007

Patiënt centraal in derde jaar ‘nieuwe stijl’

Marianne Meijerink Op 6 september begint de eerste lichting geneeskundestudenten die het nieuwe curriculum volgt, aan het derde jaar. ’s Ochtends om kwart voor negen worden ze met z’n allen verwacht bij het openingscollege: een patiëntendemonstratie. Dat lijkt een nogal klassieke aanpak voor een opleiding nieuwe stijl. Maar het is juist de best denkbare aftrap voor een jaar waarin het draait om de patiënt met een aandoening.


‘Hoe wordt een mens ziek en hoe ga je daar
als arts mee om? Dat is het thema van het
derde studiejaar’, aldus Abel Thijs
Foto: COM VU Peter Falckx

“Er zit een logische opbouw in”, vertelt internist Abel Thijs, die samen met psychiater Lowijs Perquin het derde jaar ‘trekt’. “In het eerste jaar is de basis gelegd; toen ging het over het functioneren van het menselijk organisme. In het tweede jaar lag de nadruk op de ontwikkeling van het menselijk leven, zeg maar van zygoot – bevruchte eicel - tot bejaarde. Nu, in het derde jaar gaat het om de vraag hoe de mens ziek wordt en hoe je daar als arts mee om gaat, in meest brede zin.”

Compleet anders
Het is zowel die opbouw, van het curriculum als geheel, als de manier waarop de inhoud wordt aangeboden, die het nieuwe onderwijs compleet anders maken dan voorheen. “Vroeger maakten de studenten kennis met, zeg maar, afgepaste stukjes mens”, vertelt Thijs. “Ze verdiepten zich bijvoorbeeld een module lang in ziektes van de spijsvertering en dan gingen ze vervolgens aan de slag met het hart-vaatstelsel. Nu staat het probleem van de patiënt centraal en de competenties die de arts nodig heeft.”

Rode draad
Die competenties, VUmc heeft ze ondergebracht in acht verschillende ‘rollen’, vormen de rode draad door het gehele curriculum, maar komen vooral in de opzet van dit derde, sterk op de praktijk gerichte jaar, in hun onderlinge samenhang uit de verf. In de eerste plaats gaat het natuurlijk om de vaardigheden die de medicus nodig heeft in diens rol als behandelend arts. En dan gaat het om diagnose stellen en behandelen, maar ook om palliatieve zorg. In die rol past hij zijn geneeskundige kennis toe, moet hij goed kunnen communiceren, maar bijvoorbeeld ook kunnen samenwerken met collega’s, voorlichting kunnen geven, kunnen organiseren én in staat zijn een bijdrage te leveren aan de verdere ontwikkeling van de medische wetenschap. Al die aspecten komen in het derde jaar aan bod.

Ethiek
“Maar we hebben het ook over de grote systemen er omheen”, vertelt Thijs. “Je kunt als medicus niet voorbij gaan aan de vraag: wie betaalt dat? Nieuwe, effectieve medicijnen voor de behandeling van bijvoorbeeld kanker, aids of reuma zijn soms heel duur. Wil je die gebruiken dan hangt daar een prijskaartje aan. De maatschappelijke en ethische vraagstukken die daar aan vast zitten komen gedurende het jaar regelmatig ter sprake. Dat culmineert in een werkcollege waar ook economen en beleidsmakers aan deelnemen.” 
Inhoudelijk gaat het in de eerste cursus van het eerste semester over goed- en kwaadaardige bloedziekten, kanker en infectieziekten. In de volgende cursussen komen onder andere hart en bloedvaten, luchtwegen, spijsvertering en metabolisme aan bod. Het tweede semester gaat onder meer over neurologie en psychiatrie. De laatste cursus van het tweede semester (elk semester bestaat uit drie cursussen van zes weken) is gewijd aan wetenschappelijke vorming, en bereidt nadrukkelijk voor op de wetenschappelijke stage in de masterfase.
Studenten hebben minder college dan voorheen. Er zijn practica en de studenten werken in groepen, die intensief inhoudelijk worden begeleid. Thijs: “Ze moeten heel veel zelf doen, en dat kunnen studenten ook best, vind ik, maar als het nodig is kunnen ze altijd een beroep doen op mensen die ergens meer verstand van hebben dan zij.” 

 

                 © VU medisch centrum                   communicatie@VUmc.nl   30-08-2007 naar bovenkant pagina  naar het menu bij deze pagina