OnderwijsKatern 3-2007

Nieuw coschap heelkunde in pilotfase

Ellen Kleverlaan  Directe aanleiding was het nieuwe curriculum, maar bij de evaluatie van het oude coschap heelkunde bleken ook de nodige aanpassingen wenselijk. In zowel de ogen van de coassistenten als van de arts-assistenten en stafleden van de afdeling heelkunde. Onderwijscoördinator Edgar Furnée vertelt waarom.

Klusco
In het oude coschap bleek de stage op de verpleegafdeling en de nachtweek door de coassistenten als zwaar en weinig leerzaam werd ervaren, aldus Edgar Furnée. “Zij werden vooral voor het kluswerk ingezet, zoals het prikken van infusen en afnemen van bloed. We hebben een klusco aangesteld voor dit werk op de verpleegafdelingen die hiervoor wordt betaald.”

Sturctuur
De kritiek legde een fundamentelere kwestie bloot, die niet net zo pragmatisch was op te lossen. “Het coschap kende te weinig structuur en te weinig begeleiding. In feite waren de stageperiodes op de verschillende afdelingen te vrijblijvend. Dat bleek uit de evaluaties van de studenten. Chirurg Dick de Jong en ikzelf kwamen zelf ook tot die conclusie.”

Niet langer vrijblijvend
De Jong en Furnée besloten een aantal fundamentele aanpassingen door te voeren. Zoals duidelijk omschreven taken voor deze en de overige stages. “Zodat de coassistenten meer opsteken van de peri-operatieve zorg van een chirurgische patiënt. Coassistenten lopen nog steeds op dezelfde afdelingen stage, maar de poliklinische stage is uitgebreid ten koste van die op de verpleegafdeling.”
Daarnaast werden volgorde en structuur gewijzigd. “De eerste stage is op de polikliniek. Daar immers komen patiënten binnen. Bovendien komen op de poli heel veel ziektebeelden langs. Dat is uitermate leerzaam voor de rest van het traject.” Daarna volgens nog stages op de verpleegafdeling, spoedeisende hulp, de urologie en orthopedie. Furnée: “Elke stage kent een gestructureerd programma met een duidelijke taakomschrijving voor de coassistenten. Het vrijblijvende karakter is er vanaf.”

Duidelijke leerdoelen
Coassistent Walter Poortvliet, die meedraait in deze pilot, beaamt dat er nu met een vast protocol wordt gewerkt. “We hebben aftekenboekjes, waarin duidelijk staat wat de leerdoelen zijn en wat van ons wordt verwacht tijdens de stages. Iedereen heeft bovendien een mentor met wie de co eens in de week evalueert hoe het gaat en hoe hij vordert op zijn eigen leerdoelen.”

Positieve reacties
Als mentoren worden de stafleden van de afdelingen heelkunde, orthopedie en urologie ingezet. Furnée: “Vooralsnog komen er positieve reacties van zowel coassistenten als stafleden. Er zijn momenteel echter veel stafleden op vakantie, dus conclusies trekken over de begeleiding doen we pas later in dit traject.”
Over ongeveer vier maanden is de pilotfase afgerond. Pas na evaluatie door zowel coassistenten als betrokken arts-assistenten en stafleden zal duidelijk worden of het nieuwe coschap gaat beklijven. Furnée heeft in de wandelgangen al vernomen dat coassistenten het prettig vinden om te weten waar ze aan toe zijn.

 

                 © VU medisch centrum                   communicatie@VUmc.nl   30-08-2007 naar bovenkant pagina  naar het menu bij deze pagina