|
Jaarlijks krijgen
ongeveer 800.000 Nederlanders te maken met een angststoornis en een even
groot aantal met een depressie. Behandelingen met bewezen effect
zijn onder andere medicatie en cognitieve gedragstherapie. Echter
lang niet altijd worden deze behandelingen toegepast. Ook blijft
herkenning van angst en depressie in de huisartsenpraktijk een lastig
punt, waardoor een optimale behandeling achterwege blijft.
Richard van Dyck
presenteert tijdens zijn afscheidsrede een geïntegreerde aanpak (collaborative
care) om de diagnose en de behandeling in de huisartsenpraktijk en in de
ggz te verbeteren. Dit houdt onder meer in dat de huisarts de
eindverantwoordelijkheid over de behandeling en medicatie houdt. Deze
wordt ondersteund door een gespecialiseerde verpleegkundige, die ook korte
therapieën uitvoert. Door middel van korte specifieke vragenlijsten,
aangeboden via internet, kan de diagnose angst of depressie sneller
gesteld worden. Daarnaast worden de afspraken tussen huisarts en patiënt
vastgelegd in behandelovereenkomsten. Ook preventie speelt een belangrijke
rol. Richard van Dyck (1942) heeft tijdens zijn werkzame leven een krachtige impuls gegeven aan de wetenschappelijke onderbouwing en evidence-based behandelmethoden van angst en depressie. Hij is de architect van NESDA (de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst), een groot onderzoek naar de oorzaken en beloop van depressie en angst, dat gedurende tien jaar onder drieduizend mensen wordt uitgevoerd. Amsterdam, 27 september 2007/JS |
|
© VU medisch centrum communicatie@VUmc.nl
31-03-2003
|
|