| Synaps 61
Samenwerking
Het hoe en waarom van angst en depressie
Caroline Arps Ongeveer één op de drie mensen krijgt tijdens zijn leven te maken met een depressie of angststoornis. In de grootschalige NESDA-studie (the Netherlands Study of Depression and Anxiety) zijn universitaire en niet-universitaire instellingen samen op zoek naar de oorzaak en het beloop van angst en depressie. Acht jaar lang worden bijna 3.000 personen gevolgd.

foto: Shutterstock
Dr. Brenda Penninx, vakgroep psychiatrie VUmc en wetenschappelijk directeur NESDA:
‘Waarom ontwikkelt de ene mens geen, en de andere wél een chronische angststoornis of depressie? Dat is een belangrijke onderzoeksvraag voor de vakgroep psychiatrie van VUmc. We schreven een onderzoeksvoorstel dat met financiële steun van ZonMW resulteerde in een omvangrijk longitudinaal onderzoek, de NESDA-studie. De studie loopt van 2004 tot 2013.
Van 2.981 deelnemende personen, zowel mensen met als zonder psychische klachten, verzamelen we uiteenlopende gegevens. Wij kijken niet alleen naar psychisch functioneren, maar ook naar lichamelijke, sociale en economische omstandigheden. Daarvoor worden de deelnemers geïnterviewd en moeten zij, én hun huisartsen, vragenlijsten invullen. Bovendien nemen we bloed, speeksel en DNA af en wordt de bloeddruk en de hartslag gemeten.
Aan de NESDA-studie doen 15 onderzoeksgroepen uit negen instellingen mee. Allemaal houden we ons op de een of andere manier bezig met de geestelijke gezondheidszorg. Verschillen zijn er ook. Iedere partner kijkt anders tegen het fenomeen ‘angst en depressie’ aan en heeft zijn eigen onderzoeksvragen. De vakgroep psychiatrie is bijvoorbeeld bijzonder geïnteresseerd in biologische aspecten van depressie en angststoornissen. Het uiteindelijke doel van álle NESDA-partners is natuurlijk dat we éérder de juiste zorg op maat kunnen bieden. En dat willen we bereiken door intensieve samenwerking en uitwisseling van kennis.’
Dr. Peter Verhaak, onderzoeker NIVEL, Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg.
‘Het NIVEL heeft altijd al banden met VUmc gehad via huisartsengeneeskunde en het EMGO instituut, dat onderzoek doet naar extra- en transmurale geneeskunde. Zo voerde het NIVEL een haalbaarheidsstudie uit rond psychiatrische consultatie die vanuit VUmc aan huisartsen gegeven werd. Omgekeerd “leende” het NIVEL bij het EMGO instituut de expertise voor de economische evaluatie van onze trial bij overspannenheid in de huisartsenpraktijk. Binnen de NESDA-studie luistert die samenwerking heel nauw.
Als NIVEL kijken we specifiek naar de patiëntenzorg. Wij willen bijvoorbeeld weten waarom de ene persoon met depressieklachten wel hulp zoekt, terwijl de ander met zijn problemen blijft rondlopen. En wat vindt een patiënt met een fobie zelf van de hulp die hij heeft gekregen? Je komt mensen tegen die met behulp van medicijnen wel zijn geholpen, maar die toch graag ook gesprekstherapie hadden willen hebben.
Sinds maart van dit jaar zijn alle basisgegevens van de 2.981 deelnemers vastgelegd. We werken nu aan de eerste wetenschappelijke publicaties, die eind 2007 klaar zijn. Al met al kunnen er wel honderd wetenschappers op basis van de NESDA-studie promoveren.’
Meer informatie over the Netherlands Study of Depression and Anxiety?
kijk op www.nesda.nl
|