| Synaps 61
Onverwachte ontdekking in dikke knaagdieren
Marten Dooper Dat de kans op hart- en vaatziekten en diabetes toeneemt bij een overmaat aan buikvet is al langer bekend. Medisch bioloog dr. Ed Eringa van de afdeling fysiologie ontdekte een nieuw soort vet dat hierbij mogelijk ook een rol speelt: vet rondom de bloedvaatjes in de spieren.

Foto: Anne van Gelder
Een klassiek geval van serendipiteit zou je de ontdekking van Eringa kunnen noemen. ‘In het kader van ons onderzoek naar de relatie tussen overgewicht en hart- en vaatziekten onderzocht ik onder de microscoop de bloedvaatjes in een bepaald spiertje bij dikke ratten. Daarbij viel mij op gegeven moment op dat zich bij die ratten rondom het bloedvat veel vetweefsel ophoopte. Bij dunne muizen ontbrak dat vetweefsel. Dat leidde tot de vraag of die lokale afzetting van vet van invloed is op werking van de bloedvaten en zodoende ook een rol speelt bij het ontstaan van hart- en vaatziekten.’ Om dit uit te zoeken bouwde Eringa een opstelling waarin hij de werking van een stukje geïsoleerd bloedvat kon bestuderen. ‘Het bleek dat het toevoegen van een beetje vetweefsel aan de opstelling een ongunstig effect had op de werking van het bloedvat. Het bloedvat is dan minder goed in staat wijd open te staan. Nader onderzoek heeft inmiddels aangetoond dat de binnenbekleding van de vaatwand, het zogeheten endotheel, minder goed werkt onder invloed van moleculen uit het vetweefsel. Het endotheel is dan onder andere minder goed in staat het vaatverwijdende stikstofmonoxide aan te maken.’

Cremasterspier van een obese rat. Rondom
het bloedvat is duidelijk opgehoopt vetweefsel
te zien.
Foto: VUmc
Appelvorm
Deze negatieve invloed van vetweefsel op de werking van bloedvaatjes in de spier heeft volgens Eringa grote klinische betekenis. ‘Als de bloedvaatjes in de spier minder wijd open kunnen staan, neemt de doorbloeding van de spier af. Dat betekent dat de aanvoer van voedingsstoffen naar de spier, met name glucose, afneemt. En aangezien de spieren in het lichaam de grootverbruikers zijn van glucose – zij verbranden 80 procent van alle glucose uit de voeding – betekent een verminderde opname van glucose in spieren ook een verstoring van de glucosehuishouding in het lichaam. Precies wat er aan de hand is bij mensen met type 2 diabetes. Een ander mogelijk gevolg van het feit dat de bloedvaatjes minder goed wijd open staan, is een stijging van de bloeddruk. Immers, het bloed moet door een nauwer vaatstelsel worden geperst. Deze bevindingen koppelen het vet rond de spiertjes dus aan zowel diabetes als aan een verhoogd risico op hart- en vaatzieken. In de kliniek staat deze combinatie van overgewicht, een verminderde opname van glucose en een stijging van de bloeddruk al jaren bekend onder de naam ‘metabool syndroom’. Ons onderzoek levert nu aanwijzingen dat hierbij niet alleen het vet in de buik, dat verantwoordelijk is voor de beruchte ‘appelvorm’, betrokken is. Ook dit zogeheten perivasculaire vet, het vet rondom de bloedvaatjes in de spieren, is een mogelijke boosdoener. Deze kennis opent wellicht nieuwe wegen voor de behandeling of preventie van diabetes en hart- en vaatziekten.’
Deze ontdekking opent wellicht nieuwe wegen voor behandeling of preventie van diabetes en hart- en vaatziekten.

Foto: Shutterstock
Zelfmoord
Dat Eringa met deze opvatting niet alleen staat, bleek al snel. Het artikel waarin hij zijn bevindingen bij de dikke ratten beschreef, haalde het prestigieuze medische tijdschrift The Lancet. En afgelopen voorjaar verleende onderzoeksorganisatie NWO hem een VENI-beurs, een persoonsgebonden beurs waarmee Eringa gedurende drie jaar zijn onderzoek kan voortzetten. ‘We willen nu eerst uitzoeken welke factoren uit het vetweefsel precies verantwoordelijk zijn voor het slechter functioneren van het vaatendotheel,’ schetst Eringa de aanpak. ‘Van het vetweefsel in de buik is bekend dat er zich bepaalde ontstekingscellen, macrofagen, in ophopen en dat het ontstekingsfactoren als TNF-alfa, vrije vetzuren en zuurstofradicalen aanmaakt. Mogelijk komen deze factoren ook vrij uit het vet rondom de bloedvaatjes in de spieren en beïnvloeden zij het vaatendotheel. Daarnaast gaan we natuurlijk uitzoeken in hoeverre er ook bij ménsen sprake is van ophoping van vetweefsel rondom bloedvaatjes in de spieren en in hoeverre dit in verband staat met diabetes en hart- en vaatziekten. De belangrijkste vraag, tenslotte, is natuurlijk of we met deze kennis iets kunnen doen in de kliniek. Als ons model klopt, zou het in theorie mogelijk zijn de kans op diabetes en hart- en vaataandoeningen te verminderen door de hoeveelheid vetweefsel rondom de bloedvaatjes te verminderen. Afvallen is de meest voor de hand liggende methode daarbij, maar in de praktijk blijkt dit voor veel mensen erg moeilijk. Wij willen daarom onderzoeken of het mogelijk is de betreffende vetcellen gericht te laten afsterven, bijvoorbeeld door er liposomen, vetbolletjes, op af te sturen die geladen zijn met een medicijn dat de vetcel aanzet tot zelfmoord. Voorlopig is echter nog niet duidelijk hoe we dergelijke liposomen alleen in het vet rondom de bloedvaatjes kunnen krijgen en niet in het ‘gezonde’ onderhuidse vet.’
Lees meer over dit onderzoek in Yudkin JS, Eringa E et al. “Vasocrine” signalling from perivascular fat: a mechanism linking insulin resistance to vascular disease. The Lancet 2005; 365: 1817 – 1820. |