|
tracer 18
Kind in de knel
‘We moeten minder naïef zijn’
Marianne Meijerink “We zien nog veel te veel gevallen van kindermishandeling over het hoofd. We moeten veel alerter zijn en zo vroeg mogelijk signalen oppikken. Nu constateren we landelijk op jaarbasis bij zo’n twintig kinderen een niet-natuurlijke dood door geweld. Maar in werkelijkheid ligt dat getal waarschijnlijk vele malen hoger. Dat wijst Nederlands en buitenlands onderzoek uit.” Aan het woord is kinderarts Esther Edelenbos. Samen met liaisonverpleegkundige Lia van Sommeren is ze de drijvende kracht achter het project Kind in de Knel.

Het moment dat een mis-
handeld kind wordt binnen-
gebracht, mag je niet missen,
vinden Esther Edelenbos
(links) en Lia van Sommeren
Die naam is bewust gekozen. Het doel is breder dan het signaleren van kindermishandeling alleen. Dat is juist wat moet worden voortkómen. Edelenbos: “Vaak zijn kinderen het slachtoffer van ‘pedagogisch onvermogen’, zonder dat er sprake is van doelbewuste verwaarlozing of mishandeling. De kunst is om dit te ondervangen en op tijd hulp te bieden.” VUmc heeft hierbij een goede partner in het AMK, het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, dat de mogelijkheid heeft om bij de gezinnen thuis te kijken en begeleiding en hulp in gang te zetten.
Tijdige signalering
Een goede aanpak begint bij tijdige signalering op de spoedeisende hulp. Van Sommeren heeft het formulier dat daarvoor werd gebruikt (het SPUTOVAMO-formulier) grondig herzien. “Het was veel te uitgebreid en ingewikkeld. Medewerkers kwamen er lang niet altijd aan toe om het volledig in te vullen. Daardoor liepen we vaak achter de feiten aan.”
Het is ook een kwestie van minder naïef zijn. “Het moment dat een kind wordt binnengebracht met verwondingen mag je niet missen”, aldus Edelenbos. “Dat is hét moment om het verhaal erachter boven tafel te krijgen. Je vraagt jezelf af of het verhaal plausibel is, of het consistent wordt gebracht. Krijgt een broertje of zusje wel terecht de schuld van het gebeuren? Zoals een collega laatst zei: ‘Thee morsen op je rug is niet mogelijk’.”
VUmc maakt al jaren systematisch werk van signalering van kindermishandeling. Het SPUTOVAMO-formulier werd twaalf jaar geleden door VUmc kinderpsychiater professor Compernolle en de werkgroep kindermishandeling ontwikkeld. Vanuit de kindergeneeskunde was Thei Haumann de pionier. Edelenbos: “We mogen er als VUmc trots op zijn dat we als eerste in Nederland zo voortvarend met een dergelijk delicaat onderwerp omgingen. Sinds 2000 houden we een database bij, een waardevolle bron voor wetenschappelijk onderzoek.”
Forensisch kinderarts
Edelenbos rondt binnenkort de opleiding forensische geneeskunde af. Zij wordt daarmee de tweede kinderarts in Nederland die een dergelijke opleiding heeft gevolgd op dit gebied. “Forensisch denken is essentieel, wil je deze problematiek goed kunnen aanpakken”, stelt ze. “Het moet als thema een vaste plaats krijgen binnen de kindergeneeskunde. Je moet het integreren in de medische praktijk, maar er moet ook veel meer onderzoek worden gedaan.”
De werkgroep Kind in de Knel presenteert zich in oktober op een academische avond. Het meldpunt van de werkgroep is: kindindeknel@VUmc.nl
|