tracer 18

De winst van zorgpaden

Ellen Kleverlaan  Met het vaststellen van zorgpaden bouwt VU medisch centrum verder aan de kwaliteit van de zorg. Inmiddels zijn ongeveer veertig zorgpaden ontwikkeld. Wederom is een aantal daarvan gesponsord door AGIS. Ellen Duijnhouwer is stafdadviseur divisie I en samen met Tessa van Maanen, Renée Kool en Patty Veenvliet themabegeleider zorgpaden. Duijnhouwer vertelt hoe de stand van zaken is.

“Met het kwaliteitsprogramma streven we naar de verbetering van kwaliteit op verschillende vlakken. De ontwikkeling van zorgpaden loopt daar dwars doorheen”, zegt Ellen Duijnhouwer. Met zorgpaden beogen we een verbetering van de professionele kwaliteit, van de organisatorische en van de servicekwaliteit. Professioneel gaat om het verbeteren van de medische behandeling, onder meer door de verschillende medische disciplines optimaal op elkaar af te stemmen. Organisatorisch gaat het bijvoorbeeld over patiënten niet drie keer terug laten komen als het ook in één keer kan en onder service valt onder meer bejegening.”
In een zorgpad beschrijft een multidisciplinair team van artsen en andere betrokken professionals, de afspraken die leiden tot een optimale behandeling van een bepaalde patiëntenpopulatie. Eerst worden van een bepaalde diagnose de oude afspraken in kaart gebracht. Duijnhouwer: “Maar het gaat natuurlijk om wat zij in de ideale situatie beogen. Het team is daarin vrij. Wel zijn er medische richtlijnen en standaarden en bijvoorbeeld indicatoren van patiëntenverenigingen waarmee men rekening houdt.”

Winst
Er zijn in VUmc veertig zorgpaden beschreven, maar de verwachting is, dat zo’n procédé voor tussen de 250 en 300 diagnoses nodig is. De teams hebben vaak heel ambitieuze doelstellingen, vertelt Duijnhouwer. “We hebben een tien-stappenplan dat het team volgt in het vaststellen van een zorgpad. Een team schrijft een plan van aanpak en rapporteert uiteindelijk via programmamanager Zorgpaden Elise Bijvank aan de raad van bestuur. “Maar wat voor het project op schrift wordt gesteld is minimaal, het gaat natuurlijk om de acties”, benadrukt Duijnhouwer.
Er is een duidelijk voordeel aan deze manier van samenwerken, zegt zij: “Samenwerking tussen al die professionals was al vanzelfsprekend, maar nu denkt men vooraf na over de beste behandeling, evidence based, vanuit een breed perspectief. Dat betekent winst voor de patiënt, die de efficiëntste en beste behandeling krijgt. Het betekent ook winst voor het ziekenhuis, met onder meer betere communicatielijnen en vast omkaderde verantwoordelijkheden. Maar het scheelt ook in de zorgkosten. Dat is onder meer winst voor de zorgverzekeraars. AGIS subsidieert al jaren ieder jaar een aantal zorgpaden. We hebben er recentelijk weer een vijftal vastgesteld, dat door hen is gefinancierd. Eigenlijk wordt de zorg door de zorgpaden efficiënter, goedkoper en leveren we meer kwaliteit.”

Zorgpad neuro-oncologie
Bij hersentumoren dient een viertal medisch specialisten in korte tijd nauw samen te werken, vertelt Evan van Egmond, projectleider van het zorgpad neuro-oncologie. “Door in het zorgpad het ideale proces te beschrijven, kan de verpleegkundig specialist sturen op een optimale afstemming tussen neuroloog, neurochirurg, radiotherapeut en oncoloog.” Grote winst van dit zorgpad is weggelegd voor de factor tijd. “De PA-uislag is voor 80 procent van de patiënten na vier dagen bekend.” Scoorden we in het verleden slechter? “Dat weten we niet, dat was het probleem, terwijl nu voor iedere betrokkene duidelijkheid is geschapen.”
Belangrijke rol is ook weggelegd voor het elektronisch Patiëntennavigatiesysteem (ePNS), daarmee is de patiënt in elk stadium en voor iedere specialist te volgen. Van Egmond: “Op 24 augustus zijn we de pilotfase ingegaan. Die duurt drie maanden.”

Zorgpad multiple sclerose
Bij MS speelde een ander probleem dan bij hersentumoren, vertelt Evan van Egmond. “Lange wachttijden voor zowel nieuwe patiënten als voor herhalingsconsulten, terwijl bij MS sprake is van opvlammingsperiodes of schubs, waardoor snelle behandeling noodzakelijk is.” Een patiënt belt dus als hij klachten heeft en moet dan ook snel geholpen kunnen worden.
In het vaststellen van het zorgpad werd daarvoor een drietal oplossingen bedacht. Van Egmond: “Een schubpoli voor mensen die meteen gezien en behandeld dienen te worden. En een poli voor snelle eenmalige diagnostiek. Maar ook het instellen van een Patient Initiated Care (PIC). Dat houdt in dat patiënten niet meer automatisch een vervolgconsult krijgen over een x aantal maanden, maar dat de patiënt zelf belt als hij zorg nodig heeft.” Vraaggestuurde zorg dus, het lijkt zo vanzelfsprekend. Maar om het aanbod op de vraag af te stemmen is tijd nodig, vertelt Van Egmond. “Het PIC begon na een half jaar vruchten af te werpen. Het zorgpad heeft dus al de nodige meetbare effecten opgeleverd.”

Zorgpad oogheelkunde
Bij oogheelkunde zijn nu voor drie diagnoses zorgpaden ontwikkeld. Ablatio retina, Vitrectomie en Cornea transplantatie. Coördinator van de zorgpaden Ingrid Groenewegen vertelt dat voor alledrie de aandoeningen de routing hetzelfde is. “De ligduur is in de zorgpaden verkort. We hebben in 2005 een nulmeting gedaan. Toen hebben we gekeken waar de ligduur kon worden bekort. Bijvoorbeeld door vooronderzoeken allemaal poliklinisch te doen, waardoor de patiënt pas op de operatiedag wordt opgenomen.”
Groenewegen vertelt dat altijd per patiënt wordt bekeken of het verantwoord is om zo de ligduur te bekorten. Opvallend is dat zelfs een grotere winst in dagen is te zien, dan vooraf werd ingeschat. Groenwegen: “We hebben een voorzichtige prognose gedaan. Dat blijkt. We kunnen zelfs nog meer winst op dit vlak boeken.” Slechts één ijkpunt werd niet gehaald. “Door uitval op de afdeling is het ons niet gelukt om de ontslagbrief binnen zeven dagen de deur uit te hebben. Op dat vlak waren we dus te ambitieus.”

Zorgpad colorectale tumoren
Voor het vaststellen van het ideale zorgpad colorectale tumoren, is vooral winst geboekt in de doorlooptijd in het diagnostisch en behandeltraject van de patiënt, zegt projectleider Mike Craanen. “Zodra bij een patiënt sprake kan zijn van kanker, volgt het kijkonderzoek een week later. Al hebben wij op dat moment dus nog geen bevestiging door de patholoog-anatoom dat het kanker is of bijvoorbeeld een afwijkende poliep, wij maken toch al afspraken bij de afdeling radiologie en bij chirurgie, voor uiterlijk drie weken na het kijkonderzoek. Patiënten komen een week na het kijkonderzoek op de poli MDL voor de uitslag van de stukjes weefsel. In het geval van coloncarcinoom krijgt de patiënt alle reeds gemaakte afspraken mee.”
Dat de patiënt bij de radioloog hoort wat de uitslag is van het kijkonderzoek, is wat onpersoonlijk, beaamt Craanen. Omwille van de tijdswinst is hier toch voor gekozen. “Efficiency staat in dit proces voorop. We plannen een operatie voor weer uiterlijk twee weken later. En na de operatie mag de patiënt al na een week naar huis.” De tijdwinst is enorm: van 12 tot 14 weken naar 5 tot 6 weken. Het enige probleem voorziet Craanen in de borging van het proces. “Als er capaciteitsproblemen zijn op bijvoorbeeld de poli dan is het zorgpad niet haalbaar. Ook mogen andere aandoeningen hierdoor geen hinder ondervinden. Maar tot nu toe lijkt dat niet het geval te zijn.”

 

                 © VU medisch centrum                   communicatie@VUmc.nl 30-08-2007naar bovenkant pagina  naar het menu bij deze pagina